Provincie trekt 2 miljoen extra uit voor fietssnelwegen

10 juli 2013

Provincie trekt 2 miljoen extra uit voor fietssnelwegen

 

In deze budgettair uitdagende tijden maakt het provinciebestuur een statement door alvast tot en met 2017 jaarlijks 2 miljoen euro extra uit te trekken voor de realisatie van fietssnelwegen.

Tom Dehaene, gedeputeerde voor mobiliteit: “Dat betekent dat we voortaan in totaal 5 miljoen euro per jaar gaan investeren in fietsinfrastructuur in onze provincie.”

Hoogste prioriteit: 3 fietssnelwegen tussen Vlaams-Brabant en Brussel

Rondom Brussel werden 15 nog te realiseren fietssnelwegen uitgetekend die een hoog fietspotentieel hebben (het zogenaamde fietsGEN). Vlaams-Brabant, Vlaanderen en Brussel hebben daaruit drie fietssnelwegen geselecteerd die topprioriteit hebben gekregen:
• De kanaalroute die van Grimbergen/Vilvoorde via Brussel naar Halle loopt.
• De HST-route die langs de HST-spoorlijn van Leuven, via Kortenberg en Brussel Noord naar de Anspachlaan loopt.
• De OMA-B-fietssnelweg die van Asse naar Brussel loopt.

Gemeenten die op deze routes infrastructuurwerken willen uitvoeren om de fietssnelweg te realiseren, kunnen rekenen op een verhoogde subsidie van het provinciebestuur.
• 100 % van de ontwerpkosten
• 100% van de aanlegkosten (waarvan de provincie 40% kan terugvorderen bij Vlaanderen).
De gemeenten blijven verantwoordelijk voor het bouwheerschap en de eventuele onteigeningen.

Voor de andere fietssnelwegen rond Brussel draagt het provinciebestuur 100% van de aanlegkosten (waarvan 40% teruggevorderd wordt bij Vlaanderen) en 40% van de studiekosten.

Fietssnelwegen tussen steden

De provincie levert ook een extra inspanning voor de zogenaamde stedenroutes. Het overleg daarrond met de betrokken partners over de ontwikkeling van deze routes loopt momenteel reeds op volle toeren.

Concreet gaat het om de routes
• Leuven – Tienen
• Aarschot – Leuven
• Aarschot – Diest

Voor infrastructuurwerken op deze routes geldt eveneens een verhoogde subsidie:
• 100% van de aanlegkosten (40% terugvorderbaar bij Vlaanderen)
• 40% van de studiekosten.

Bovenlokaal fietsroutenetwerk

Voor de aanleg van fietspaden op het bovenlokale functionele fietsnetwerk (BFF) blijven de spelregels van het Fietsfonds gelden. Dat betekent dat de provincie 80% van de aanlegkosten financiert, waarvan ze 40% kan terugvorderen bij Vlaanderen.

Woon-werkverkeer per fiets is realistisch
‘Fietsen is een valabel alternatief voor het bijzonder intense woon-werkverkeer in onze provincie. Een recente meting van het provinciebestuur geeft trouwens aan dat gebruikers van fietssnelwegen langere afstanden fietsen dan vroeger werd aangenomen,’ vertelt gedeputeerde Tom Dehaene.

‘Het fietspotentieel is groot. Ruim 36 % van de Vlamingen woont op minder dan 7,5 km van het werk. Toch pendelt slechts 14,7% met de fiets of te voet naar het werk. In de Vlaamse rand en Brussel loopt dat zelfs terug tot 4%, terwijl 71% van de verplaatsingen er korter zijn dan 15 km, en 51% van de verplaatsingen korter dan 5 km,’ aldus de gedeputeerde voor mobiliteit.

Ter vergelijking: In Kopenhagen komt 37% met de fiets naar het werk en tegen 2015 streven ze naar 50%. Ook bij ons moeten we meer mensen op de fiets krijgen. Een comfortabel, veilig en hoogwaardig netwerk van fietssnelwegen komt daaraan tegemoet.

Gedeputeerde Dehaene | Fiestsnelwegen

Tweets

Laatste foto's

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte, schrijf je in voor mijn nieuwsbrief.