You are hereOns zwemonderwijs - antwoord van minister Smet

Ons zwemonderwijs - antwoord van minister Smet


By Tom Dehaene - Posted on 20 december 2011

De heer Tom Dehaene: Voorzitter, minister, collega’s, ik zit hier met enige schroom, want het is mijn eerste vraag in de commissie Onderwijs. Onderwijs is dus zeker niet mijn specialiteit.
Ik heb signalen ontvangen uit het onderwijsveld – en deze vraag wou ik graag zelf stellen, normaal geef ik die vragen door aan mevrouw Helsen – over de zwembrevetten en het feit dat we ons te veel concentreren op de afstanden die moeten worden gezwommen. De sector vraagt om meer toe te spitsen op de zwemvaardigheden, de conditie, de zwemlijn die men aanleert enzovoort.
Het is goed dat er in het onderwijs nog altijd zoveel aandacht voor zwemmen is, ondanks de maximumfactuur. Veel scholen hebben er nog altijd zeer veel aandacht voor. De mensen die ermee bezig zijn, geven wel duidelijk een signaal. Ze zitten blijkbaar ook regelmatig samen: de universiteiten van Gent en Leuven, Bloso, de Gezinssportfederatie en Schoolzwemmen.
Ze pleiten ervoor om nieuwe leerlijnen uit te vaardigen voor het zwemmen. Als dat niet
gebeurt, vrezen ze dat hetzelfde zal gebeuren als in Groot-Brittannië waar de ‘nieuwe vorm’ van aanleren een private aangelegenheid wordt. Verschillende initiatiefnemers willen blijkbaar ook sportinfrastructuur ter beschikking stellen en mee investeren.
Ik kan dus enkel concluderen dat er een draagvlak is dat van onderuit is gegroeid, om te
werken aan die nieuwe vorm van leren zwemmen. Uw kabinet zou signalen geven dat men er wel gevoelig voor is. Men is er al tien jaar mee bezig maar men is er nog niet in geslaagd om dit om te zetten in nieuwe regelgeving.
Wilt u in samenwerking met het werkveld de eindtermen voor de zwemcompetenties en de zwemvaardigheden opnieuw definiëren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke manier? Bent u bereid om, samen met minister Muyters, een faciliterende rol te spelen? Kunnen ambtenaren van de Vlaamse overheid vrijgesteld worden om nieuwe leerlijnen en eindtermen uit te werken? Ik weet niet of dit gebruikelijk is, vandaar mijn vraag.
Van waar moeten de middelen en de expertise komen? Er is heel veel expertise en ik hoor dat verschillende privépartners mee willen investeren. Ziet u andere mogelijke partners dan ik heb opgenoemd? Ik denk bijvoorbeeld aan Lotto of Electrabel, aan partners die willen investeren zodat we het programma dat in Engeland gebruikt wordt, ook hier kunnen gebruiken om onze kinderen te leren zwemmen.

De voorzitter: Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet: Voorzitter, mijnheer Dehaene, allereerst wil ik zeggen dat het
Departement Onderwijs en Vorming niet betrokken was bij de vergadering waarnaar u
verwijst. Ik wil ook opmerken dat in onze wetgeving op dit moment het behalen van een
zwembrevet niet voorzien wordt. Het behoort niet tot de onderwijswetgeving.
In de eindtermen lichamelijke opvoeding van het lager onderwijs is er één eindterm die
expliciet verwijst naar zwemmen, namelijk eindterm 1.25: “De leerlingen voelen zich veilig in het water en kunnen zwemmen.” Eindterm 1.24 stelt bovendien: “De leerlingen kunnen ongeremd en spelend bewegen in het water.”
Voor de eerste graad secundair onderwijs, lichamelijke opvoeding, wordt in de eindtermen vermeld: “De leerlingen kunnen één zwemslag doeltreffend uitvoeren en de leerlingen beheersen voorbereidende vormen van reddend zwemmen”. Voor de tweede en derde graad secundair onderwijs zijn een aantal eindtermen ondergebracht onder de titel ‘Verbreden en verdiepen van motorische competenties’. Hierbij heeft de leerkracht “keuze uit verantwoorde vormen uit meerdere bewegingsgebieden: atletiek, gymnastiek, dans en expressie, zwemmen, spel en sportspel, zelfverdediging, natuurgebonden activiteiten of andere verantwoorde bewegingsgebieden”. Dat wil dus zeggen dat zwemmen in de tweede en de derde graad niet meer verplicht is.
Het is volgens mij op dit moment niet nodig om de eindtermen voor zwemcompetenties en zwemvaardigheden te herzien. U haalt in de door u gestelde vraag zelf aan dat het bij het hertekenen van zwembrevetten vooral gaat om het verder uitwerken van leerlijnen. Het uitwerken van leerlijnen is een verantwoordelijkheid van de leerplanontwikkelaars of met andere woorden: de netten en pedagogische begeleidingsdiensten. Als daarop moet worden gewerkt, mag ik als minister eigenlijk niet tussenbeide komen. Ik kan uiteraard wel suggesties doen, maar de verantwoordelijkheid en de beslissingen liggen bij de netten en de pedagogische begeleidingsdiensten, en dit op basis van de onderwijsvrijheid.
Het is ook belangrijk om te weten dat ik me als minister van Onderwijs over het vormgeven van het onderwijsaanbod door de school via de pedagogisch-didactische processen, initiatieven en lesactiviteiten, evenmin mag uitspreken, want dat behoort tot de pedagogische vrijheden van de scholen.
Het uitreiken van afstandsbrevetten is een bestaande praktijk die voortvloeit uit een praktijk van de scholen zelf, niet uit iets dat de overheid oplegt.
Op dit moment heb ik dus niet de intentie om een nieuwe leerlijn uit te werken – ik kan dat trouwens niet –, of om nieuwe eindtermen uit te werken. Ik heb trouwens geen vraag
gekregen om in eindtermen op het vlak van zwemmen te voorzien.
De toegankelijkheid van de zwembaden is een andere kwestie. Het is eerder een lokale
problematiek dan een problematiek die afhangt van het Departement Onderwijs en Vorming.

De voorzitter: De heer Dehaene heeft het woord.

De heer Tom Dehaene: Voorzitter, minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb weer iets bijgeleerd en elke keer dat ik iets bijleer, ben ik tevreden – ik moet hier misschien wat vaker komen.
Ik heb genoteerd dat u niet bevoegd bent voor het aanpassen van leerlijnen. Ik kan me wel inbeelden dat u mee aan de kar kunt trekken. U kunt misschien wel signaleren dat er een draagvlak is en suggereren dat men er werk van zou kunnen maken. Het is altijd een dunne lijn.
Voorzitter, ik heb begrepen dat we onze contacten binnen de verschillende onderwijskoepels hierover kunnen aanspreken om hen ervan te overtuigen om hier werk van te maken.
Ik stel vooral vast dat er een draagvlak gegroeid is van onderuit. Het zou zonde zijn om er geen gebruik van te maken.

Tom op Flickr

www.flickr.com
This is a Flickr badge showing public photos and videos from Tom DEHAENE. Make your own badge here.

Logo Tom Dehaene informeert