You are hereHet dure papieren jaarverslag van de PMV
Het dure papieren jaarverslag van de PMV
Voorzitter, minister, collega’s, ik heb de jaarlijkse gewoonte
aangenomen om via schriftelijke vragen wat cijfers op te vragen over de jaarverslagen, en meer in het bijzonder de kostprijs van die jaarverslagen.
Het is allemaal begonnen in 2005, toen ik dat voor het eerste keer heb gedaan. Ik had toen vastgesteld dat er 730.000 euro, en alles samen zelfs meer dan een miljoen euro, werd uitgegeven aan jaarverslagen. Naar aanleiding van die cijfers heeft de volledige plenaire vergadering toen een resolutie goedgekeurd. In die resolutie vroegen we aan de Vlaamse Regering om sober te zijn met het opstellen van jaarverslagen, en zeker met het uitwerken ervan.
Ik besef zeer goed dat verschillende regelgevingen sommige organisaties verplichten om een jaarverslag te produceren. In veel gevallen is dat ook terecht. Maar over de manier waarop dat jaarverslag dan gepresenteerd wordt, kan natuurlijk wel veel gezegd worden.
De resolutie is omgezet in een omzendbrief van de Vlaamse Regering, waarin zeer duidelijk werd gevraagd om de jaarverslagen voldoende sober te maken. Met resultaat, mogen we wel zeggen: in 2005 ging het om 730.000 euro voor 63 jaarverslagen, in 2010 kom ik uit op een totaal van 120.000 euro. Dat is een daling met 600.000 euro, wat mij uiteraard verheugt.
De traditie wil ook, minister, dat ik de duurste vogel eruit haal en de minister daarover
ondervraag. Jammer genoeg bent u dit jaar de gelukkige. Het jaarverslag van de
Participatie Maatschappij Vlaanderen (PMV) is dit keer het duurste. Het totaal van alle
jaarverslagen waarvan ik de kostprijs gekregen heb, is 120.000 euro. Dat van PMV alleen al kostte 27.000 euro, of 22 procent van de totale kost van de jaarverslagen.
Ik besef dat het een speciaal jaarverslag was, over het tienjarige bestaan, gekoppeld aan het jaarverslag. Maar die luxueuze versie van dat jaarverslag voldoet toch niet aan wat wij vooropgesteld hebben in de resolutie en wat werd opgenomen in de omzendbrief. Daarom vind ik het wat jammer dat een dergelijk jaarverslag geproduceerd wordt, vooral omdat op de keerzijde van de voorpagina staat dat “PMV staat voor degelijkheid, eenvoud en soberheid.”
Ik zie niet goed in hoe dat vertaald wordt in het jaarverslag.
Ik besef ook dat u niet alle jaarverslagen eerst moet ontvangen en dan aftekenen. Ik kan me inbeelden dat er dat net iets te veel zijn. Ik hoop dan ook dat we wat stappen kunnen
ondernemen met het oog op de toekomst. Eén element zal wellicht zijn dat PMV volgend jaar elf jaar bestaat, wat, naar ik veronderstel, geen jubileumjaar zal worden.
Minister, ik wil u de vragen stellen die ik elk jaar aan de dure vogels stel. In hoeverre is het jaarverslag 2010 van de PMV in overeenstemming met de bovenvermelde omzendbrief? Wat is de meerwaarde van zo’n luxueus jaarverslag? Ik weet intussen uit ervaring dat uw collega’s in hun antwoord dan neigen naar de stelling dat zo’n jaarverslag ook een visitekaartje kan zijn. Allemaal goed en wel, maar ik denk dat er andere manieren zijn om de werking te verkopen of toe te lichten. Het jaarverslag is bovendien volledig in het Nederlands, wat het niet erg bruikbaar maakt voor internationale partners.
In hoeverre werd deze papieren uitgave met u als bevoegde minister besproken? Welke
maatregelen wenst u te nemen om het jaarverslag 2011 dan wel conform de omzendbrief te laten verspreiden?
Indien het jaarverslag van 2011 opnieuw de dure vogel is, ga ik proberen een meerderheid te zoeken om een amendement in te dienen op de begroting, om dat bedrag uit de begroting te halen.
Mevrouw Patricia Ceysens: Mijnheer Dehaene, ik vind dat heel sympathiek gevonden. Ik denk dat u uw resolutie kunt uitbreiden met kerst- en nieuwjaarskaarten. Ik stond versteld van wat er allemaal wordt verstuurd, de ene kaart al duurder dan de andere.
Ik dacht eerst dat u het over het jaarverslag van Archimedes had, dat tot dezelfde groep
behoort. U hebt het blijkbaar over het ABC. Het verslag van Archimedes vond ik heel
creatief. Zij zijn er net in geslaagd enkele start-ups een gezicht te geven. Ik heb het moeilijk als een overheid de eigen verwezenlijkingen in beeld wil brengen en opsmukt met dure jaarverslagen. Maar PMV gebruikt dit om jonge bedrijven, die dat zelf niet gemakkelijk kunnen, in de kijker te plaatsen.
Toch zeker het jaarverslag van Archimedes wordt geïllustreerd met deze bedrijven. Zo zie je waarom ze de middelen hebben gekregen, maar ook wat er in Vlaanderen op het gebied van ondernemerschap allemaal gebeurt, door mensen die de handen uit de mouwen steken, om ook jobs te creëren voor anderen. Daarvoor heb ik gigantisch veel bewondering.
Als overheid uiten wij die bewondering onvoldoende. Ik was heel blij dat de groep van PMV niet de eigen lof steekt in dat jaarverslag, maar net de bedrijven die de jobs creëren. Voor mij is dit een even belangrijke toetssteen: worden de overheidsmiddelen gebruikt om de eigen prestaties te belichten of opnieuw voor de mensen voor wie je het doet? Dat vind ik een belangrijke factor in een jaarverslag.
Minister Ingrid Lieten: Het is een moeilijke evenwichtsoefening, collega’s. PMV is een
investeringsmaatschappij van de Vlaamse overheid. Het is een extern verzelfstandigd
agentschap van privaatrecht en ESR-neutraal. PMV heeft dus een hoge mate van autonomie en dat moeten we zo houden. Er is ook autonomie voor het communicatiebeleid.
Ik wil gerust luisteren naar alle suggesties en die mee vertalen naar PMV, maar ik bemoei me niet met het communicatiebeleid van PMV en ik heb zeker niet op voorhand mijn akkoord gegeven voor de uitgave of het concept. Dat is het strikt juridische aspect. Het is belangrijk dat we de autonomie van de ESR-neutrale agentschappen, die we graag ESR-neutraal houden, bewaken. Dat wil niet zeggen dat er geen overwegingen, adviezen, raadgevingen en beslissingen van het parlement kunnen komen, die ik zal meedelen aan PMV.
Hoe beantwoordt dit aan de omzendbrief? Het jaarverslag van 2010 heb ik bij me. Dat van 2011 is ook klaar. Ik zal beide laten rondgaan. Ze zijn op dezelfde manier opgebouwd. Het is een communicatie-instrument, waarbij men het jaarverslag heeft gecombineerd met een bedrijfsbrochure. PMV vindt het een goed moment om, als je toch communiceert over de resultaten van het voorbije jaar, alles op te lijsten over het aanbod, de projecten, portefeuilles en fondsen. Dat gaat naar alle bedrijven en alle potentiële klanten. Het is een brede doelgroep.
Ik heb hier al enkele keren vragen beantwoord over de effectiviteit van PMV. Komen alle
fondsen en middelen ter plekke? Worden er voldoende bedrijven bereikt? Moet er proactiever worden gecommuniceerd? Het is een evenwichtsoefening.
De functionaliteit van deze brochure is in elk geval dubbel: jaarverslag en bedrijfsbrochure, waarbij PMV opnieuw haar activiteiten in de kijker zet. Zo probeert PMV te communiceren naar potentiële klanten, bedrijven die een dossier kunnen indienen bij PMV. In 2010 en 2011 is ervoor gekozen om niet een apart jaarverslag te maken en dan enkele maanden later een bedrijfsbrochure te versturen. Het jaarverslag zelf is eigenlijk het kleine boekje dat achteraan in een flapje is toegevoegd.
Ik luister naar de meningen van deze commissie. Ik zeg gewoon wat de motivatie is en hoe men het heeft opgevat. U kunt het boekje nu bekijken. Ik zal zeker en vast alle adviezen en meningen van de commissie overdragen aan de PMV. Ik wil enkel zeggen dat die verschillende doelstellingen moeten worden afgewogen. Men heeft uiteraard ook het ABC elektronisch beschikbaar gesteld op de website.
Ik denk dat men nu op heel veel raden van bestuur en in agentschappen de afweging maakt of er nog iets als ‘hard copy’ moet worden verspreid. Kan het niet beter enkel elektronisch? Ik wil mij daarover niet ‘out of the blue’ uitspreken, maar er wordt afgewogen hoeveel mensen je bereikt: bekijkt iedereen het elektronisch of heeft een ‘hard copy’ nog een meerwaarde?
De heer Tom Dehaene: Minister, dank u voor uw antwoord.
Voorzitter, uiteraard juich ik toe dat bedrijven de lof krijgen die ze wellicht verdienen. Ik ken al die bedrijven niet, ik kan er mij dus niet over uitspreken of het terecht is. Maar ik twijfel er niet aan. De vraag is alleen of dit een goed instrument is. Ik vraag mij altijd af wie dit soort publicaties leest.
Minister, er wordt gekeken naar de efficiëntie en de middelen van de PMV. Dat is terecht.
Maar dan moet men ook eens kijken naar de efficiëntie van dergelijke jaarverslagen. Daarom hebben we in dit parlement deze resolutie goedgekeurd: men is tot de conclusie gekomen dat dergelijke grote oplagen en luxe-uitvoeringen niet de juiste manier zijn om te communiceren.
Ik krijg steeds meer brieven van steeds meer organisaties die melden dat hun jaarverslag beschikbaar is op hun website. Ik vind dat een schitterende manier van werken. Er zijn er zelfs die voorstellen dat, indien ik dat zou wensen, zij mij een geprint exemplaar kunnen opsturen. Ook dat is een zeer mooi voorbeeld van efficiënt werken. Ik krijg soms de indruk dat alles wat wordt geprint naar alle parlementsleden wordt gestuurd, maar een groot deel van die jaarverslagen hoef ik alvast niet te ontvangen. Misschien wel omdat ik dan kan kijken of ze voldoen aan de resolutie, maar niet omwille van hun inhoud.
Ik herhaal dus mijn oproep – ook al kan ik volledig achter de goede werking staan van de
PMV, voor zover ik haar ken. Het jaarverslag in die uitgave is zeker niet conform de resolutie en de omzendbrief. Die organisatie mag zich daaraan niet onttrekken. Zij mag niet zeggen: “Wij zijn een ‘specialleke’.” Er zal eens een lijst moeten worden gemaakt van organisaties voor dewelke wij aanvaarden dat zij afwijken van de omzendbrief. Die omzendbrief is er niet zomaar gekomen. Ik ga ervan uit dat iedereen die werkt met middelen van de Vlaamse overheid conform die omzendbrief jaarverslagen produceert.
Minister Ingrid Lieten: Ik wil graag ten aanzien van de PMV goed communiceren wat hier wordt afgesproken of wat de mening is van de commissie. Mijnheer Dehaene, ik heb
begrepen dat u zegt dat het de duurste is en dat dit niet beantwoordt aan de soberheid die in de omzendbrief wordt gevraagd. Zijn er andere punctuele zaken waarvan u denkt dat de PMV daarin afwijkt van de omzendbrief?
De heer Tom Dehaene: De publicatie is conform de omzendbrief, in die zin dat ze ook
digitaal beschikbaar wordt gesteld. Maar de omzendbrief en de resolutie vragen dat
jaarverslagen in de eerste plaats digitaal en pas op vraag geprint beschikbaar te zijn.
Minister Ingrid Lieten: Vinden wij het dan goed of niet goed dat men dat combineert met de bedrijfsbrochure? Of willen we dat lostrekken van elkaar? Die keuze zal men moeten maken.
Ik sta er niet achter dat men aan de PMV zou vragen om alleen maar elektronisch te
communiceren over haar dienstenpakket. We zitten wel in een evolutie van digitalisering,
maar het is toch nog goed, zeker als je de bedrijven wil bereiken, om ook ‘hard copies’ van de aangeboden diensten ter beschikking te stellen. Of vindt deze commissie dat men dit ook allemaal digitaal moet doen en dat men brochure en jaarverslag van elkaar moet loskoppelen?
Daarover moeten wij duidelijkheid creëren, anders kan ik alleen maar naar de PMV
teruggaan met een algemene opmerking. Maar daar zullen ze weinig richtlijnen uit kunnen afleiden.
De heer Tom Dehaene: Ik kan natuurlijk niet spreken voor de hele commissie. We moeten daar misschien eens een uitgebreider debat aan wijden. Dit kleine boekje, het jaarverslag, moet volgens mij niet worden geprint. Het kan perfect digitaal worden rondgestuurd. Het kleine boekje kan perfect als jaarverslag dienen, maar men moet het principe van het jaarverslag niet misbruiken om dan ook een folder te versturen. Veel organisaties binnen de Vlaamse overheid die menen dat zij een specifieke folder moeten uitgeven om hun diensten bekend te maken, moeten dat los van de jaarverslagen doen. Zelfs daar vind ik dat we ons kritisch moeten afvragen of dat nog altijd de juiste manier is om diensten bekend te maken.
We evolueren toch allemaal in de richting van digitale communicatie?
